Auti-club: Communicatie

Communiceren zo simpel en toch zo moeilijk tegelijk. Wat is communicatie nou eigenlijk en waar gaat het fout bij mensen met autisme?

Lees verder

Leren op de Auti-club

Vorige keer heb ik verteld hoe het voor mij is om naar de Auti-club te gaan. Kort samengevat: heel fijn dus. Nu wil ik jullie graag vertellen wat we daar leren. Dit is voor mensen die nog helemaal geen beeld hebben bij autismespectrumstoornis, die misschien een oud of stereotype beeld hebben, maar ook voor mensen met autisme die er meer over willen leren of die nog geen diagnose hebben en dus ook nog geen Psycho Educatie kunnen krijgen.

Les 1 was de kennismaking. Er wordt gevraagd van je om de modules op E-Health te doen ter voorbereiding. Daar stond meteen: “Deze modules zijn niet bedoeld om je te veranderen, want je bent goed zoals je bent.” Dat vond ik mooi. Je gaat toch met een beetje dubbel gevoel daarheen, je weet dat je ‘anders’ bent en dat je tools nodig hebt. Maar het is goed om te weten dat je dan alsnog goed bent zoals je bent!

Les 2 ging over Omgaan met je diagnose. In het verleden had je verschillende vormen van autisme, die heb je in mijn beleving nog steeds, maar ze vallen nu allemaal onder één overkoepelende term: Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Vroeger kreeg je dus de diagnose “Klassiek autisme”, “Asperger” of “PDD-NOS”, dit blijft zo voor deze mensen. (Dus laat Elon Musk met rust!) Wanneer iemand nu de diagnose krijgt, wordt de term “ASS” gebruikt.

We vertelden elkaar welke diagnose we hadden gekregen en hoe we ons daar over voelden. Dat alleen al was voor mij best goed om te horen. Van ons clubje van 4 heeft 1 de diagnose Asperger zo’n 17 jaar geleden gekregen, maar bleef vastlopen en 1 de diagnose ASS wat hij zelf eigenlijk niet zo kon plaatsen. Heel anders dan hoe het bij mij ging. Ik loop al m’n hele leven vast en wist maar niet wat het was, ik moest er maar een beetje vrede mee hebben dat het bij ADHD past of zo. Tot dat ik 2 jaar geleden ging lezen, lezen, lezen over vrouwen met autisme. Bijna alles wat ik las was herkenbaar of zelfs zo erg dat het leek alsof ik het zelf had geschreven. Eerst hoefde ik niet per se een diagnose, maar had wel hulp nodig. Sommige hulp kon al gestart worden, maar er was toch wel ietsje meer nodig en daar is dan toch een diagnose voor nodig (voor instanties/zorgverzekeraar). Voor mij was het dus eigenlijk een opluchting dat ik de diagnose kreeg. Maar daardoor stond ik er niet bij stil hoe dit bij anderen kan gaan.

Je gaat door allemaal fases heen om met je nieuwe diagnose te kunnen leven:

Bewustwording

Je wordt je bewust van het feit dat je autisme hebt. Wanneer je beseft dat er sprake is van een afwijkende ontwikkeling en de gevolgen die dit kan hebben, zorgt dit mogelijk voor een schrikreactie.

Ontkenning

Je negeert de diagnose of probeert deze recht te praten.

Bevestiging

Je ontdekt dat autisme een verklaring geeft voor de dingen die jij altijd als lastig hebt ervaren of waar je goed in bent. Dit kan een opluchting zijn omdat je begrijpt waar dat vandaan komt.

Hulpeloosheid

Je vraagt je af wat autisme betekent voor je eigen mogelijkheden en de toekomst en maakt je hier zorgen over. Door meer over autisme te leren kan het gevoel van hulpeloosheid toenemen.

Schuld en schaamte

Je voelt je schuldig over het hebben van autisme omdat het jou overkomen is. Je kan je er ook voor schamen of het ervaren als straf.

Boosheid

Je bent boos over het feit dat je autisme hebt en over alle verwijten en opmerkingen die je van jezelf en anderen hebt gekregen voordat je de diagnose had. Deze boosheid kan samengaan met zelfmedelijden.

Acceptatie en bloei

Je hebt zicht op je eigen talenten en mogelijkheden en je maakt gebruik van je sterke kanten. Zelfmedelijden en schaamte verdwijnen grotendeels omdat je hebt geaccepteerd dat je autisme hebt en dat je als mens goed bent zoals je bent.


Dit moest ik ook leren om te beseffen dat alles wat ik voel en heb gevoeld normaal is en hier bij hoort. Ik denk dat ik grotendeels in Acceptatie zit, ik accepteer dat ik autisme heb, maar kan nog niet accepteren wat daar bij hoort. Dus bijvoorbeeld dat mijn energie veel sneller op is dan die van een gemiddeld persoon. Of dat als ik iets leuks wil doen, moet ik met zoveel dingen rekening houden om weer bij te kunnen komen, dat de lol er wel af gaat. Ik ben trouwens ook veel boos geweest. Hele kleine fragmentjes, herinneringen, waarvan ik nu begreep wat er fout ging. Boos op de ander dat dat niet gezien werd, en mij wel een soort kwalijk nemen terwijl ik een kind was en niet beter wist. Of iedere keer te horen krijgen wat een geweldige baby ik was omdat ik direct doorsliep, terwijl ik m’n honger niet voelde (nog steeds niet). Of belachelijk gemaakt worden omdat ik bang ben voor water, geen water in m’n gezicht wil hebben en geen zwemdiploma’s heb. Want welk kind die op regulier onderwijs zat had geen zwemdiploma? Dat was afwijkend.

In les 3 Wat is autisme? kregen we meer uitleg over wat de gevolgen zijn van ASS.

Misschien ook goed om te weten: dat er nog steeds heel veel onderzoek gedaan wordt naar wat autisme precies is. Hoe je er aan komt. 30 jaar geleden wisten we nog zo weinig. Wat we nu weten: Autisme is een stoornis in de informatieverwerking in de hersenen. De oorzaak van autisme is biologisch. Autisme zit namelijk in je genen en is erfelijk. In welke genen het precies zit is nog niet bekend.

O.a. hierdoor realiseerde ik dat mijn vader ook een autist is. Ik snapte die man totaal niet toen ik klein was. Vond hem een botte boer. De laatste jaren kreeg ik sowieso al wat meer begrip voor mijn vader, hij is nu ook een stuk rustiger dan vroeger (zal wel met overprikkeling te maken hebben gehad). Maar door hem te zien als een autist begreep ik hem ineens helemaal. En als zijn ‘rare’ dingen waren te verklaren. Niet altijd goed te praten, maar hij wist niet beter, ging er ook maar mee om hoe hij dacht dat dat het beste was. Ik zou een hele blog over m’n vader kunnen schrijven over hoe mega autistisch hij is, maar dat doe ik niet. Hij heeft het zichzelf inmiddels ook gerealiseerd en ik denk dat dat een goed begin is voor wederzijds begrip. Ergens, ookal praten we er nog niet zo heel veel over, vind ik het ook wel fijn om dit (autisme hebben) met hem te kunnen delen. Is dat gek?

De belangrijkste gevolgen van autisme worden zichtbaar op twee niveaus: cognitie en gedrag.

Cognitieve vermogens hebben te maken met het waarnemen en verwerken van informatie. De informatie van de zintuigen (wat je ziet, hoort, ruikt, proeft en voelt) wordt door mensen met autisme anders waargenomen en op een andere manier verwerkt in de hersenen.

De volgende drie theorieën proberen te verklaren wat er anders gaat bij de verwerking van informatie:

• Centrale coherentie
• Executieve functies
• Theory of Mind
(Hier kom ik later nog op terug)

Doordat de informatie op een andere manier verwerkt wordt, denk en doe je dingen soms anders dan andere mensen. Sommige dingen zijn lastiger met autisme, maar er zijn ook dingen waar je juist beter in bent dan mensen zonder autisme. Anders denken en doen kan gevolgen hebben op de volgende gebieden:

• Communicatie
• Sociale situaties
• Flexibel zijn in denken en doen
• Dagelijks leven
• Sociaal netwerk
(Ook dit komt later terug in de lessen)

Gevolgen van autisme

Willen jullie meer lezen over wat ik leer op de Auti-club laat het me dan weten! Ik kan nog niet zeggen wanneer, maar ik zal in de volgende post uitleg geven over informatieverwerking en prikkelverwerking.

Waarom wil ik hier weg?

Mijn man vroeg aan me waarom er zo’n spoed bij zit dat ik wil verhuizen, dat het lijkt alsof ik nu ineens echt alles hier vreselijk vind. Hij heeft gelijk, het komt ook een beetje vreemd over. Vier jaar geleden zei ik nog dat ik hier pas op z’n vroegst weg wilde als onze jongens klaar waren op de basisschool. Nu wil ik het liefst vandaag nog verhuizen. Waar ligt dat aan?

Lees verder

Auti-club

In maart ben ik begonnen met Psycho Educatie bij Centrum Autisme. Iets waar ik lang naar uit heb gekeken. Ik heb dit jaren eerder al eens gehad, maar dan voor mensen met AD(H)D. De informatie die ik er kreeg was niet echt verrassend, maar de gesprekken die we hadden waren waardevol. We deelden verhalen met elkaar om elkaar tips te kunnen geven of ook gewoon om even te ventileren. Ik heb er zelfs een lieve en ook knettergekke vriendin aan overgehouden. Dit had ik zo nodig, maar dan voor mensen met Autisme(spectrumstoornis).

Zoals altijd begon het met veel spanning: wat moet ik verwachten, wie gaan er komen, zijn ze wel aardig, wat moet ik aan, hoe moet ik me gedragen etc etc.

Wat ik aan moest daar heb ik goed over nagedacht. Een groot onderdeel van de ‘nieuwe ik’ creëren is naar Psycho Educatie gaan, leren hoe ik in elkaar zit en daar mee om leren te gaan. Ik kan er maar beter meteen mee beginnen. Ik heb vanuit huis uit geleerd dat je verzorgd de deur uitgaat, een goeie outfit, je haar goed, make up op, je hebt er vast een beeld bij. Mijn moeder ging never ever zonder make up de deur uit. Ik merkte al vrij snel in m’n puberteit dat dat me teveel gedoe was. Een kwastje voor dit, dat spulletje is weer voor dat. Ik vond het wel altijd mooier staan, dus heb periodes gehad dat ik er wel wat aan deed. Bijvoorbeeld alleen mascara en lipgloss (veeeel lipgloss). Toen ik ouder was en ging stappen deed ik mijn best, het kostte veel tijd, maar het hoorde erbij. Ik was toen ook veel meer bezig met wat staat goed en zit mooi. Die tijd is lang geleden. Ik weet inmiddels dat ik helemaal niet van make up, strings of hoge hakken hou. Ik hou ook niet van belachelijk strakke spijkerbroeken of andere knellende dingen. En het moet geen raar stofje zijn wat snel gaat jeuken. Kortom: ik voel me het beste in een goed zittend joggingpak, zonder make up en m’n haar, gewoon gekamd. Dus dat deed ik. Ik kon daardoor niet afgeleid raken van niet lekker zittende kleding of aan elkaar geplakte wimpers. En het allermooiste, niemand heeft er iets over gezegd. Sterker nog, ik denk niet eens dat ze er mee bezig waren. 1-0 voor mij.

Op hoe ik me zou gedragen was ik ook over uit. Ik zou rustig zijn. De kat uit de boom kijken. Autisten zijn er in alle soorten en maten, misschien waren dit wel hele rustige mensen die moeilijk contact maken. En dat kom ik binnen met m’n ADHD no filter grote mond. Dus rustig, niet teveel praten, laat de anderen praten.

Het zou een groep van 6 autisten worden met 2 juffies. Ik kom binnen en ik zie 3 autisten (niet dat ik het aan ze zag, maar ze hadden een naambordje voor staan) en 1 juffie. Stroomstoring. Ik baalde heel erg. Had me er op verheugd. Hoopte ook dat er een moeder bij zou zitten. Verhalen delen, tips geven of beter eigenlijk, ontvangen. Nog voor ik het doorhad had ik het al gezegd. Daar ging ‘niet teveel praten’. Waarschijnlijk iets in de trant van “Konden de anderen niet? Het zou een groep van 6 zijn”. Het juffie gaf geen verklaring en zei dat we de rest van de tijd met dit kleine groepje zouden blijven. Daarna nog 2 kleine dingetjes met het juffie, over het E-Health huiswerk wat bagger werkt en nog iets. Ik was er klaar mee. We kregen de opdracht om degene die naast je zat voor te stellen en daarvoor mochten we even met elkaar praten. Ik had gelukkig een lieve buurvrouw van 54 waar ik het gezellig mee had en weer even kon afkoelen.

Inmiddels zijn we 5 lessen verder. Het is niet zoal het was met de ADHD groep, maar alsnog waardevol. Ik heb de meeste klik met een 53 jarige man. Hij weet sinds begin vorig jaar dat hij ASS heeft, maar zag dat zelf begin van de PE lessen nog niet. Inmiddels wel trouwens. Hij is getrouwd, er is ADHD in het gezin, wellicht ook meer ASS, een 18 jarige geestelijk gehandicapte dochter en hij doet hetzelfde werk als mijn man. We hebben natuurlijk niet helemaal hetzelfde leven, maar er zijn raakvlakken. En het is erg fijn om met elkaar te praten zonder oordeel. Plus hij rookt ook, dus in de pauze en na de les kunnen we in ieder geval kletsen. Tijdens de les mag dat eigenlijk niet, wat begrijpelijk, maar best jammer is.

Al met al is het anders dan ik me had voorgesteld, maar ik ben blij dat ik dit doe. Sterker nog, ik vind het erg jammer dat er nog maar 3 lessen zijn. Had graag nog een tijdje onderdeel van dit groepje willen blijven.

Sjantje on the Spectrum

Het is stil in huis, wat geniet ik daar toch van. En ik hoef me niet af te vragen of dat normaal is of eigenlijk toch een beetje gek. Het kleine beetje twijfel, ongeveer 0,01% wat ik nog had is weggenomen. Het is 2 weken geleden vastgesteld, niet door 1, niet door 2, maar door 3 mensen: ik ben een autist!

Van te voren had ik bedacht dat ik misschien heel blij zou zijn of juist misschien heel verdrietig. Maar eigenlijk is het gewoon prima. Ik ben opgelucht, eindelijk word ik gezien, écht gezien.

Lees verder

Kan je een Autistic Meltdown voorkomen?

Als je overprikkeld raakt kunnen er 2 dingen gebeuren. Je kan kortsluiting krijgen en een (autistic) meltdown krijgen. Of je kan kortsluiting krijgen en bevriezen/in jezelf keren, een (autistic) shutdown. Een meltdown kan voor een buitenstaander overkomen als een enorme driftbui, kinderachtig en enorm overdreven. Maar als je de persoon kent leer je zien waar het fout gaat. Of er een overdaad aan externe prikkels (waarnemingen) is of misschien juist interne prikkels (gedachten, emoties). En wat je kunt doen om te zorgen dat degene die overprikkeld is weer relaxed wordt. Dus ja, ik weet zeker dat meltdowns voorkomen kunnen worden, maar helaas niet allemaal..

Lees verder

Maar hoe gaat het nou, echt?

Ik wil graag eerlijk zijn. Eerlijk zijn is erg belangrijk voor mij. Daarnaast maakt het dingen veel simpeler. Geen spinnenwebben van leugens. Maar de wereld is niet gemaakt op eerlijk zijn. Iedereen kust elkaars kont om beter te worden of houdt iets stil om dat ze bang zijn voor reacties van anderen. Ik ben er klaar mee. Dus bij deze: eerlijk, hoe het met mij gaat.

Lees verder

Van interesse tot obsessie

Helaas kan weinig mij nog boeien. Of misschien heeft het me nooit geboeid, maar ik probeerde wel netjes vragen te stellen, geïnteresseerd te zijn. Heb ook wel het idee dat ik vaak doorvroeg (toen ik dacht dat dingen me nog boeide), hoe dingen zaten, of hoe iets gekomen is. Relatiedrama’s, baby’s, ellende op vakantie, vertel het me allemaal. Ik wil nu eigenlijk niets meer weten, van niemand. Laten we hopen dat dat tijdelijk is. Maar man, als iets mij boeit, dan moet iedereen het liefst non stop horen wat voor nieuwe dingen ik geleerd heb, foto’s kijken en vooral heeel geïnteresseerd zijn in wat ik leuk vind.

Eigenlijk weet ik niet of ik ook al speciale interesses had toen ik een kind was. Heel eerlijk gezegd weet ik helemaal niet meer waar ik mee speelde toen ik kind was. Ik weet dat ik barbies heb, daar maakte de oma van mijn moeder kleertjes voor, dat heb ik allemaal bewaard. Maar ik kan me niet herinneren dat ik er ooit mee gespeeld heb, maar het zou net zo goed kunnen zijn dat het iedere dag was, ik heb echt geen idee. Ik weet wel dat ik het leuk vond om boeken te lezen en (hele slechte) verhalen te schrijven. Ik heb ooit op een soort gymnastieklessen gezeten, geen idee waarom dat is gestopt. Een halve les paardrijden, letterlijk. En “buitenspelen”, ja weet ik veel, wat doe je dan, buiten spelen met vriendinnetjes.

Sinds ik op mezelf woon, ben ik denk ik gaan proberen een hobby op te pakken ofzo. Sommige mensen doen een sport al heel lang of bespelen een muziekinstrument. Ik niet. Wat vond ik leuk om te doen? Geen idee. Ik was altijd veel achter de computer. Toen we nog geen internet thuis hadden, spelletjes spelen. Ik kan me nog herinneren dat het inbellen te duur was, dus ik mocht soms even op MSN. Ik vond het fantastisch. Maar al snel wilde ik websites maken. Wat een pleurisklus met al die html codes. En het werd niet eens mooi, maar ik was beretrots als ik een kopje met dikke letters had. Ik maakte een CU2 (heette het zo?) voor mezelf. En wilde ook anderen helpen, een site voor een personal trainer, een site voor een DJ. Ze zijn het beide nog steeds bedenk ik me, en we zijn al heel wat jaartjes verder.. 20 ofzo.. autch! Dat zijn dus van die types die weten wat ze willen en er voor gaan. Voor de duidelijkheid, dat ben ik niet.

Daarna heb ik ook op creatief vlak een hoop verschillende dingen gedaan of in ieder geval geprobeerd. Een collega had dan iets leuks, klonk zo enthousiast, ik dacht ‘dat wil ik ook!’. Maar wat het ook was, ik maakte het nooit af. Ik verloor mijn interesse. Het is me heel lang niet opgevallen. Ik raakte afgeleid en/of kreeg een nieuwe interesse. Stond er niet bij stil dat wat ik deed ineens niet belangrijk meer was. Nu zie ik dat het toch wel een beetje vreemd is. Ik vind iets leuk, leer iets, koop iets, en voor ik het door heb staat mijn telefoon vol met snapshots van websites waar iets interessants op staat over het onderwerp waar ik op dat moment zeeeer gepassioneerd over ben. Ik droom erover. Ik raak geïrriteerd als ik er niet mee bezig kan zijn of als iemand er iets over zegt, bijvoorbeeld dat er ook nog andere dingen zijn dan alleen ‘dat’ of dat er een limiet ingesteld wordt. Laat me met rust, dit vind ik leuk. Dag in, dag uit, non stop informatie zoeken, marktplaats afstruinen om te kijken of er nog iets is wat ik (het liefst zo goedkoop mogelijk) kan kopen wat er bij hoort of gewoon er meer van. Word er vreselijk hebberig van.

Eerst zag ik het niet als een ding, inmiddels zie ik dat wel. We proberen er grapjes over te maken, maar er wel ook een beetje op te letten dat het do-able blijft. Ik denk dat het mijn nog niet gediagnosticeerde autisme is samen met m’n AD(H)D. In de DSM-5 noemen ze het ‘beperkte interesses’ en ‘obsessie’. Mijn man noemt het ‘momenteel gepassioneerd’. Maar ik vind ‘tijdelijke obsessie’ ook wel passen. Het kan van korte duur zijn, maar het kan ook jaren zijn. Mijn bullet journal heb ik sinds 2017, al doe ik daar nu niets meer mee, maar ik vind het nog steeds wel heel leuk. Als ik de tijd zou hebben zou ik er ook wel iets mee doen. Fotografie, ik wil nog steeds mijn opleiding afmaken en een fantastische hobby fotograaf worden. Mijn Blond Amsterdam verzameling ❤ is begonnen net nadat ik op mezelf woonde.

Nu zijn het: Plantjes!

Een paar dagen voor mijn 18e verjaardag kreeg ik de sleutel van mijn eerste eigen plek. Ik wilde het wel leuk maken, maar had geen geld. Ik kreeg van alles, vooral van mijn tante toen en daarmee werd het een gezellig hol. Ik had een groot raam in de woonkamer met een vensterbank, wat zou ik dat nu graag willen hebben. Maar toen wist ik veel. Heb er misschien wel eens een plantje opgezet, maar geen benul watvoor plant, of hij wel geschikt was voor volle zon en water geven was ik ook niet zo best in. Zo gingen er een hoop jaren voorbij. Meerdere huizen, met verschillende ramen en vensterbanken heb ik gehad. Ik kocht af en toe bij de supermarkt een plantje wat er leuk uitzag, soms deden ze het even, soms gingen vrij snel dood. Waarschijnlijk bleef het dode plantje ook nog een hele tijd in zijn potje zitten. Het deed me helemaal niets.

Mijn moeder had/heeft zowel binnen als buiten een oerwoud als je het mij vraagt. Al is mijn mening over haar aantal binnenplanten dus aan het veranderen. Een plant was voor mij een plant. Groen, met blaadjes enzo. Sommige hebben bloemen, sommige niet. Snapte de lol er niet van. En zeker zoveel, leek me ontzettend veel en saai werk. Toen ze leukemie had mocht ze vanwege bacteriën geen bloemen en planten. Terwijl zij in het ziekenhuis behandeld werd heb ik alle planten meegenomen. Ik weet eigenlijk niet eens meer watvoor planten allemaal, wel 1 die een hele sterke citroengeur had, iets te heftig zo in de auto. Ik deed redelijk mijn best om te zorgen dat haar planten niet dood gingen. Ik had geen idee wat ik deed. Haar manier van verzorgen was, als hij droog is of zielig hangt dan water geven, prima. En soms een slokje extra omdat ik ze wel een beetje vol terug wilde geven. En omdat ik zo’n geweldige dochter ben ging ik nog een stapje verder en heb ik alle planten in de tuin gezet, volle zon, topzomer. Oops.. blijkt dat veel planten daar niet heel gelukkig van worden.. Nu weet ik dat, toen had ik geen flauw idee. Had er niet eens bij stilgestaan dat bladeren konden verbranden. Een plant is toch van buiten, buiten is er zon, lekker simpel.

Nu heb ik 43 planten….

Net als een hoop andere mensen, zag ik ergens de Pannenkoekplant – Pilea Peperomioides en dacht ‘hey die is leuk’. Het heeft lang geduurd voor ik hem in huis had. Ik kom normaal nooit in een tuincentrum en het had totaal geen prioriteit. Eind mei logeerde mijn zusje bij ons en ik wilde ergens naar toe met haar, alleen, zonder kids, man, chaos. Mijn man gaf een ‘botanisch budget’ en daar gingen we, op naar het tuincentrum.

Hij stond op een goede plaats, met veel indirect zonlicht en ik gaf em veeeeel water. De regel voor deze plant is dat hij altijd vochtige grond wilt hebben, maar geen natte voeten. Hij groeide enorm hard. Aan alle kanten groeide babyplantjes, het was zo leuk. Dus binnen no time was ik in de ban van de pannenkoekplant.

De pannenkoekplant is heel erg makkelijk te stekken. Snijd voorzichtig het stekje af en zet het stekje in een klein glaasje water op een lichte plaats. Ik ging voor (het randje bij) mijn keukenraam. Iedere dag keek ik even naar het stekje of er worteltjes zichtbaar waren. Al snel werden het een paar stekjes. Stond ik weer bij het aanrecht, koken ho maar, maar wel even bij m’n stekjes kijken. Daarna kwam de volgende spannende nieuwe fase: het stekje in een potje met aarde doen. Huppekee, 4 pannenkoekplanten hoera!

Daar hield het natuurlijk niet op. Er was zoveel om te leren, zoveel om te lezen, te zien, te kopen. Inmiddels zitten we in de december maand. Niet ideaal. Ze groeien amper, terwijl ik wil stekken. En het is tijd voor de kerstboom. Maar ik ga (stug) door!

Ik vind het niet erg als ik mezelf erop betrap dat ik alweer met mijn gietertje rondloop, ik vind het leuk. Alles eraan. De plant uitzoeken (eerst kocht ik alle luchtzuiverende planten, nu kijk ik naar mooi blad of grappige/bijzondere plant), naar het tuincentrum gaan, een leuk potje erbij (al ben ik daar nog niet zo goed in). Thuis uitpakken, met mijn handen in de aarde (alleen waar absoluut geen kattenpoep bij zit). Iedere dag verzorgen, voelen, kijken of het klopt met wat de plant ‘zegt’. Toch weer schuiven. Dat plantje weer daar, die weer daar. Verklaar me maar voor gek, maar ik krijg er een goed gevoel van.

Van de week heeft m’n hubby de planten geteld, 43 (waarvan 2 boven). Ik geloofde niet dat het er zoveel waren. Ja, wel aardig wat en veel kleintjes, maar niet zoveel. Hand in hand liepen we de plantjes af. Shit. Ik voelde me rood worden en tranen prikte. Ik schaamde me. Oke het is een beetje uit de hand gelopen. Ik begon meteen met sorry, dat ik er nog een paar weg moet geven, dat ik er geen 1 meer bij koop. Maar gelukkig was hij zo lief dat hij zei dat ik lekker door mocht gaan met mijn plantjes omdat hij ziet dat het mij zo blij maakt. Ik vond dat zo lief. Ik heb me niet bepaald gesteund gevoeld in mijn ‘speciale interesses’. Andere mensen vonden het stom, wilde niet mee doen, mee gaan of wilden er (raar genoeg) niet uuuuuuuuuren over praten. Mijn man liet alles tot op bepaalde hoogte toe, maar snapte mijn interesses ook niet. En nu voel ik me gesteund. Mijn bestie krijgt mijn (toekomstige) stekjes, ik krijg van haar een stek van de Monstera (dat wilde je vast weten hè?), van mijn schoonmoeder krijg ik voor kerst het boek Stek je plant – Mama Botanica’s grote gids voor kleine stekjes, m’n man luistert regelmatig naar mijn plantenverhalen, geeft soms een ‘botanisch budget’ zoals hij het noemt en leeft voortaan in een woonkamer met meer planten dan gemiddeld.

Kan niet wachten om meer planten info hier met jullie te delen!

Oh ik heb ook een instagram pagina aangemaakt. Ik schaam me ervoor en tegelijkertijd wil ik er juist trots op zijn. Ik wil dat er na een tijdje te zien is hoe goed alles groeit. Voor nu is het nog een beetje kaal. Maar voor wie wil: Sjantjes Plantjes!

https://www.instagram.com/sjantjesplantjes/

Hulp is onderweg

Ben het zo zat. Zat om me zo te voelen, zat om overal in te falen en zat om alles waar ik in faal nog eens (een paar keer) op m’n bordje te krijgen.

De laatste jaren dacht ik dat er geen hulp meer voor mij was. De hulp die ik kreeg paste niet. M’n man stelde (nog steeds trouwens) het zeer op prijs dat ik verander en ik bleef zeggen dat “ik ben wie ik ben”. We kwamen niet verder, het ging allemaal maar slechter.

Maar nu komt er hulp, een begeleider gespecialiseerd in autisme. Dit keer niet voor de kids, maar voor mij. Zo ver ik heb begrepen gaat diegene mij begeleiden tot ik weer meer aankan, tot ik meer van mezelf begrijp, mezelf beter inschat, beter mijn energie leer doseren enzovoort. Ik blijf bij mezelf, “ik ben wie ik ben”, maar wil wel leren hoe ik dingen beter kan doen en dus verander. En momenteel zijn er heel wat dingen die beter kunnen. Ik heb alleen een andere aanpak nodig.

Ik kijk er naar uit dat ik straks (over een tijdje, ooit) voor m’n gezin kan koken zonder gestresst te raken en dat er uiteindelijk alsnog iemand niet mee eet. Ik kijk er naar uit om straks weer dingen met beide jongens te ondernemen, waar ik nu al in de stress raak als ik met 1 vd 2 weg ga. Ik kijk er naar uit om straks weer te kunnen genieten, ik ben nu alleen maar moe en ellendig.

Tot die tijd faal ik in alles. In een goede vrouw, dochter, vriendin, zus zijn. En het allerergste ik faal zelfs in een goede moeder zijn. Als het ene dingetje goed gaat, gaat er iets anders weer fout en dan stort het kaartenhuis (ik) weer in. Het aller aller belangrijkste was en is voor mij het ouderschap, in mijn geval moeder zijn van twee fantastische en prachtige jongens. Maar ik kan ze nu niet geven wat ik ze hoor te geven. Ik kan ze niet alle structuur bieden die ze nodig hebben, ik doe hier en daar wel m’n best, maar het rammelt aan alle kanten. Zoals dat ik niet kook. Of omdat ik zo moe ben en veel slaap er minder voor ze kan zijn. Of dat ze me af en toe zien huilen. Ik wil niet zo’n moeder zijn. Ik wil een sterke moeder zijn, waar m’n jongens later trots op zijn. Die naar me toe komen omdat ze weten dat ik ze zal en kan helpen. Die respect voor me hebben en me dankbaar zijn voor hoe ik ze heb opgevoed.

Ik kan dus niet wachten, maar alsjeblieft, laat het een goede begeleider zijn. Als ik zie dat de verandering werkt verander ik wel. Ik zit gewoon vast.