Auti-club

In maart ben ik begonnen met Psycho Educatie bij Centrum Autisme. Iets waar ik lang naar uit heb gekeken. Ik heb dit jaren eerder al eens gehad, maar dan voor mensen met AD(H)D. De informatie die ik er kreeg was niet echt verrassend, maar de gesprekken die we hadden waren waardevol. We deelden verhalen met elkaar om elkaar tips te kunnen geven of ook gewoon om even te ventileren. Ik heb er zelfs een lieve en ook knettergekke vriendin aan overgehouden. Dit had ik zo nodig, maar dan voor mensen met Autisme(spectrumstoornis).

Zoals altijd begon het met veel spanning: wat moet ik verwachten, wie gaan er komen, zijn ze wel aardig, wat moet ik aan, hoe moet ik me gedragen etc etc.

Wat ik aan moest daar heb ik goed over nagedacht. Een groot onderdeel van de ‘nieuwe ik’ creëren is naar Psycho Educatie gaan, leren hoe ik in elkaar zit en daar mee om leren te gaan. Ik kan er maar beter meteen mee beginnen. Ik heb vanuit huis uit geleerd dat je verzorgd de deur uitgaat, een goeie outfit, je haar goed, make up op, je hebt er vast een beeld bij. Mijn moeder ging never ever zonder make up de deur uit. Ik merkte al vrij snel in m’n puberteit dat dat me teveel gedoe was. Een kwastje voor dit, dat spulletje is weer voor dat. Ik vond het wel altijd mooier staan, dus heb periodes gehad dat ik er wel wat aan deed. Bijvoorbeeld alleen mascara en lipgloss (veeeel lipgloss). Toen ik ouder was en ging stappen deed ik mijn best, het kostte veel tijd, maar het hoorde erbij. Ik was toen ook veel meer bezig met wat staat goed en zit mooi. Die tijd is lang geleden. Ik weet inmiddels dat ik helemaal niet van make up, strings of hoge hakken hou. Ik hou ook niet van belachelijk strakke spijkerbroeken of andere knellende dingen. En het moet geen raar stofje zijn wat snel gaat jeuken. Kortom: ik voel me het beste in een goed zittend joggingpak, zonder make up en m’n haar, gewoon gekamd. Dus dat deed ik. Ik kon daardoor niet afgeleid raken van niet lekker zittende kleding of aan elkaar geplakte wimpers. En het allermooiste, niemand heeft er iets over gezegd. Sterker nog, ik denk niet eens dat ze er mee bezig waren. 1-0 voor mij.

Op hoe ik me zou gedragen was ik ook over uit. Ik zou rustig zijn. De kat uit de boom kijken. Autisten zijn er in alle soorten en maten, misschien waren dit wel hele rustige mensen die moeilijk contact maken. En dat kom ik binnen met m’n ADHD no filter grote mond. Dus rustig, niet teveel praten, laat de anderen praten.

Het zou een groep van 6 autisten worden met 2 juffies. Ik kom binnen en ik zie 3 autisten (niet dat ik het aan ze zag, maar ze hadden een naambordje voor staan) en 1 juffie. Stroomstoring. Ik baalde heel erg. Had me er op verheugd. Hoopte ook dat er een moeder bij zou zitten. Verhalen delen, tips geven of beter eigenlijk, ontvangen. Nog voor ik het doorhad had ik het al gezegd. Daar ging ‘niet teveel praten’. Waarschijnlijk iets in de trant van “Konden de anderen niet? Het zou een groep van 6 zijn”. Het juffie gaf geen verklaring en zei dat we de rest van de tijd met dit kleine groepje zouden blijven. Daarna nog 2 kleine dingetjes met het juffie, over het E-Health huiswerk wat bagger werkt en nog iets. Ik was er klaar mee. We kregen de opdracht om degene die naast je zat voor te stellen en daarvoor mochten we even met elkaar praten. Ik had gelukkig een lieve buurvrouw van 54 waar ik het gezellig mee had en weer even kon afkoelen.

Inmiddels zijn we 5 lessen verder. Het is niet zoal het was met de ADHD groep, maar alsnog waardevol. Ik heb de meeste klik met een 53 jarige man. Hij weet sinds begin vorig jaar dat hij ASS heeft, maar zag dat zelf begin van de PE lessen nog niet. Inmiddels wel trouwens. Hij is getrouwd, er is ADHD in het gezin, wellicht ook meer ASS, een 18 jarige geestelijk gehandicapte dochter en hij doet hetzelfde werk als mijn man. We hebben natuurlijk niet helemaal hetzelfde leven, maar er zijn raakvlakken. En het is erg fijn om met elkaar te praten zonder oordeel. Plus hij rookt ook, dus in de pauze en na de les kunnen we in ieder geval kletsen. Tijdens de les mag dat eigenlijk niet, wat begrijpelijk, maar best jammer is.

Al met al is het anders dan ik me had voorgesteld, maar ik ben blij dat ik dit doe. Sterker nog, ik vind het erg jammer dat er nog maar 3 lessen zijn. Had graag nog een tijdje onderdeel van dit groepje willen blijven.

Sjantje on the Spectrum

Het is stil in huis, wat geniet ik daar toch van. En ik hoef me niet af te vragen of dat normaal is of eigenlijk toch een beetje gek. Het kleine beetje twijfel, ongeveer 0,01% wat ik nog had is weggenomen. Het is 2 weken geleden vastgesteld, niet door 1, niet door 2, maar door 3 mensen: ik ben een autist!

Van te voren had ik bedacht dat ik misschien heel blij zou zijn of juist misschien heel verdrietig. Maar eigenlijk is het gewoon prima. Ik ben opgelucht, eindelijk word ik gezien, écht gezien.

Lees verder

Van interesse tot obsessie

Helaas kan weinig mij nog boeien. Of misschien heeft het me nooit geboeid, maar ik probeerde wel netjes vragen te stellen, geïnteresseerd te zijn. Heb ook wel het idee dat ik vaak doorvroeg (toen ik dacht dat dingen me nog boeide), hoe dingen zaten, of hoe iets gekomen is. Relatiedrama’s, baby’s, ellende op vakantie, vertel het me allemaal. Ik wil nu eigenlijk niets meer weten, van niemand. Laten we hopen dat dat tijdelijk is. Maar man, als iets mij boeit, dan moet iedereen het liefst non stop horen wat voor nieuwe dingen ik geleerd heb, foto’s kijken en vooral heeel geïnteresseerd zijn in wat ik leuk vind.

Eigenlijk weet ik niet of ik ook al speciale interesses had toen ik een kind was. Heel eerlijk gezegd weet ik helemaal niet meer waar ik mee speelde toen ik kind was. Ik weet dat ik barbies heb, daar maakte de oma van mijn moeder kleertjes voor, dat heb ik allemaal bewaard. Maar ik kan me niet herinneren dat ik er ooit mee gespeeld heb, maar het zou net zo goed kunnen zijn dat het iedere dag was, ik heb echt geen idee. Ik weet wel dat ik het leuk vond om boeken te lezen en (hele slechte) verhalen te schrijven. Ik heb ooit op een soort gymnastieklessen gezeten, geen idee waarom dat is gestopt. Een halve les paardrijden, letterlijk. En “buitenspelen”, ja weet ik veel, wat doe je dan, buiten spelen met vriendinnetjes.

Sinds ik op mezelf woon, ben ik denk ik gaan proberen een hobby op te pakken ofzo. Sommige mensen doen een sport al heel lang of bespelen een muziekinstrument. Ik niet. Wat vond ik leuk om te doen? Geen idee. Ik was altijd veel achter de computer. Toen we nog geen internet thuis hadden, spelletjes spelen. Ik kan me nog herinneren dat het inbellen te duur was, dus ik mocht soms even op MSN. Ik vond het fantastisch. Maar al snel wilde ik websites maken. Wat een pleurisklus met al die html codes. En het werd niet eens mooi, maar ik was beretrots als ik een kopje met dikke letters had. Ik maakte een CU2 (heette het zo?) voor mezelf. En wilde ook anderen helpen, een site voor een personal trainer, een site voor een DJ. Ze zijn het beide nog steeds bedenk ik me, en we zijn al heel wat jaartjes verder.. 20 ofzo.. autch! Dat zijn dus van die types die weten wat ze willen en er voor gaan. Voor de duidelijkheid, dat ben ik niet.

Daarna heb ik ook op creatief vlak een hoop verschillende dingen gedaan of in ieder geval geprobeerd. Een collega had dan iets leuks, klonk zo enthousiast, ik dacht ‘dat wil ik ook!’. Maar wat het ook was, ik maakte het nooit af. Ik verloor mijn interesse. Het is me heel lang niet opgevallen. Ik raakte afgeleid en/of kreeg een nieuwe interesse. Stond er niet bij stil dat wat ik deed ineens niet belangrijk meer was. Nu zie ik dat het toch wel een beetje vreemd is. Ik vind iets leuk, leer iets, koop iets, en voor ik het door heb staat mijn telefoon vol met snapshots van websites waar iets interessants op staat over het onderwerp waar ik op dat moment zeeeer gepassioneerd over ben. Ik droom erover. Ik raak geïrriteerd als ik er niet mee bezig kan zijn of als iemand er iets over zegt, bijvoorbeeld dat er ook nog andere dingen zijn dan alleen ‘dat’ of dat er een limiet ingesteld wordt. Laat me met rust, dit vind ik leuk. Dag in, dag uit, non stop informatie zoeken, marktplaats afstruinen om te kijken of er nog iets is wat ik (het liefst zo goedkoop mogelijk) kan kopen wat er bij hoort of gewoon er meer van. Word er vreselijk hebberig van.

Eerst zag ik het niet als een ding, inmiddels zie ik dat wel. We proberen er grapjes over te maken, maar er wel ook een beetje op te letten dat het do-able blijft. Ik denk dat het mijn nog niet gediagnosticeerde autisme is samen met m’n AD(H)D. In de DSM-5 noemen ze het ‘beperkte interesses’ en ‘obsessie’. Mijn man noemt het ‘momenteel gepassioneerd’. Maar ik vind ‘tijdelijke obsessie’ ook wel passen. Het kan van korte duur zijn, maar het kan ook jaren zijn. Mijn bullet journal heb ik sinds 2017, al doe ik daar nu niets meer mee, maar ik vind het nog steeds wel heel leuk. Als ik de tijd zou hebben zou ik er ook wel iets mee doen. Fotografie, ik wil nog steeds mijn opleiding afmaken en een fantastische hobby fotograaf worden. Mijn Blond Amsterdam verzameling ❤ is begonnen net nadat ik op mezelf woonde.

Nu zijn het: Plantjes!

Een paar dagen voor mijn 18e verjaardag kreeg ik de sleutel van mijn eerste eigen plek. Ik wilde het wel leuk maken, maar had geen geld. Ik kreeg van alles, vooral van mijn tante toen en daarmee werd het een gezellig hol. Ik had een groot raam in de woonkamer met een vensterbank, wat zou ik dat nu graag willen hebben. Maar toen wist ik veel. Heb er misschien wel eens een plantje opgezet, maar geen benul watvoor plant, of hij wel geschikt was voor volle zon en water geven was ik ook niet zo best in. Zo gingen er een hoop jaren voorbij. Meerdere huizen, met verschillende ramen en vensterbanken heb ik gehad. Ik kocht af en toe bij de supermarkt een plantje wat er leuk uitzag, soms deden ze het even, soms gingen vrij snel dood. Waarschijnlijk bleef het dode plantje ook nog een hele tijd in zijn potje zitten. Het deed me helemaal niets.

Mijn moeder had/heeft zowel binnen als buiten een oerwoud als je het mij vraagt. Al is mijn mening over haar aantal binnenplanten dus aan het veranderen. Een plant was voor mij een plant. Groen, met blaadjes enzo. Sommige hebben bloemen, sommige niet. Snapte de lol er niet van. En zeker zoveel, leek me ontzettend veel en saai werk. Toen ze leukemie had mocht ze vanwege bacteriën geen bloemen en planten. Terwijl zij in het ziekenhuis behandeld werd heb ik alle planten meegenomen. Ik weet eigenlijk niet eens meer watvoor planten allemaal, wel 1 die een hele sterke citroengeur had, iets te heftig zo in de auto. Ik deed redelijk mijn best om te zorgen dat haar planten niet dood gingen. Ik had geen idee wat ik deed. Haar manier van verzorgen was, als hij droog is of zielig hangt dan water geven, prima. En soms een slokje extra omdat ik ze wel een beetje vol terug wilde geven. En omdat ik zo’n geweldige dochter ben ging ik nog een stapje verder en heb ik alle planten in de tuin gezet, volle zon, topzomer. Oops.. blijkt dat veel planten daar niet heel gelukkig van worden.. Nu weet ik dat, toen had ik geen flauw idee. Had er niet eens bij stilgestaan dat bladeren konden verbranden. Een plant is toch van buiten, buiten is er zon, lekker simpel.

Nu heb ik 43 planten….

Net als een hoop andere mensen, zag ik ergens de Pannenkoekplant – Pilea Peperomioides en dacht ‘hey die is leuk’. Het heeft lang geduurd voor ik hem in huis had. Ik kom normaal nooit in een tuincentrum en het had totaal geen prioriteit. Eind mei logeerde mijn zusje bij ons en ik wilde ergens naar toe met haar, alleen, zonder kids, man, chaos. Mijn man gaf een ‘botanisch budget’ en daar gingen we, op naar het tuincentrum.

Hij stond op een goede plaats, met veel indirect zonlicht en ik gaf em veeeeel water. De regel voor deze plant is dat hij altijd vochtige grond wilt hebben, maar geen natte voeten. Hij groeide enorm hard. Aan alle kanten groeide babyplantjes, het was zo leuk. Dus binnen no time was ik in de ban van de pannenkoekplant.

De pannenkoekplant is heel erg makkelijk te stekken. Snijd voorzichtig het stekje af en zet het stekje in een klein glaasje water op een lichte plaats. Ik ging voor (het randje bij) mijn keukenraam. Iedere dag keek ik even naar het stekje of er worteltjes zichtbaar waren. Al snel werden het een paar stekjes. Stond ik weer bij het aanrecht, koken ho maar, maar wel even bij m’n stekjes kijken. Daarna kwam de volgende spannende nieuwe fase: het stekje in een potje met aarde doen. Huppekee, 4 pannenkoekplanten hoera!

Daar hield het natuurlijk niet op. Er was zoveel om te leren, zoveel om te lezen, te zien, te kopen. Inmiddels zitten we in de december maand. Niet ideaal. Ze groeien amper, terwijl ik wil stekken. En het is tijd voor de kerstboom. Maar ik ga (stug) door!

Ik vind het niet erg als ik mezelf erop betrap dat ik alweer met mijn gietertje rondloop, ik vind het leuk. Alles eraan. De plant uitzoeken (eerst kocht ik alle luchtzuiverende planten, nu kijk ik naar mooi blad of grappige/bijzondere plant), naar het tuincentrum gaan, een leuk potje erbij (al ben ik daar nog niet zo goed in). Thuis uitpakken, met mijn handen in de aarde (alleen waar absoluut geen kattenpoep bij zit). Iedere dag verzorgen, voelen, kijken of het klopt met wat de plant ‘zegt’. Toch weer schuiven. Dat plantje weer daar, die weer daar. Verklaar me maar voor gek, maar ik krijg er een goed gevoel van.

Van de week heeft m’n hubby de planten geteld, 43 (waarvan 2 boven). Ik geloofde niet dat het er zoveel waren. Ja, wel aardig wat en veel kleintjes, maar niet zoveel. Hand in hand liepen we de plantjes af. Shit. Ik voelde me rood worden en tranen prikte. Ik schaamde me. Oke het is een beetje uit de hand gelopen. Ik begon meteen met sorry, dat ik er nog een paar weg moet geven, dat ik er geen 1 meer bij koop. Maar gelukkig was hij zo lief dat hij zei dat ik lekker door mocht gaan met mijn plantjes omdat hij ziet dat het mij zo blij maakt. Ik vond dat zo lief. Ik heb me niet bepaald gesteund gevoeld in mijn ‘speciale interesses’. Andere mensen vonden het stom, wilde niet mee doen, mee gaan of wilden er (raar genoeg) niet uuuuuuuuuren over praten. Mijn man liet alles tot op bepaalde hoogte toe, maar snapte mijn interesses ook niet. En nu voel ik me gesteund. Mijn bestie krijgt mijn (toekomstige) stekjes, ik krijg van haar een stek van de Monstera (dat wilde je vast weten hè?), van mijn schoonmoeder krijg ik voor kerst het boek Stek je plant – Mama Botanica’s grote gids voor kleine stekjes, m’n man luistert regelmatig naar mijn plantenverhalen, geeft soms een ‘botanisch budget’ zoals hij het noemt en leeft voortaan in een woonkamer met meer planten dan gemiddeld.

Kan niet wachten om meer planten info hier met jullie te delen!

Oh ik heb ook een instagram pagina aangemaakt. Ik schaam me ervoor en tegelijkertijd wil ik er juist trots op zijn. Ik wil dat er na een tijdje te zien is hoe goed alles groeit. Voor nu is het nog een beetje kaal. Maar voor wie wil: Sjantjes Plantjes!

https://www.instagram.com/sjantjesplantjes/

Puzzelstukjes uitleg

Nadat ik mijn blog Hoe de puzzelstukjes vallen na een paar dagen las, ging ik toch aannames maken over wat de lezers écht zouden denken over m’n post. Ze zullen vast denken: Waarom denk je dat je autistisch bent en dat dit niet gewoon bij ADD of ADHD hoort? Waarom denk je niet dat je hoogsensitief (HSP) bent in plaats van autistisch? En we zijn allemaal wel een beetje autistisch, heel veel mensen hebben last van de dingen waar jij last van hebt, waarom ben jij dan zo speciaal?

Ik ben niet speciaal. Maar wel ‘anders’ en ‘moeilijk’, dit weet ik al heel lang van mezelf. Of ik het nou tegen een vriendin zeg of tegen een hulpverlener, op een of andere manier is dan de 1e reactie van de ander om je een beter gevoel te geven en dan door “Ah nee joh, zo moeilijk ben je echt niet!” “Nou wij vinden je hartstikke leuk/gezellig.” Heel lief, maar ik had er eigenlijk veel meer aan gehad als iemand had gevraagd “Waarom denk je dat?”

Al die punten die mij anders of moeilijk maken en vooral hoe vaak iemand anders en zeker ik er last van heb. De depressies die telkens terugkomen. Op welk punt ik ook sta ik m’n leven, ik blijf het gevoel van falen houden, dat ik niet belangrijk genoeg ben, niemand snapt mij echt. Ik moet me continu al aanpassen, terwijl ik van andere mensen hoor dat ik me gewoon moet aanpassen. Hoe ouder ik word hoe meer lichamelijk beperkt ik raak, maar ik blijf (ver) over mijn grenzen gaan. Ik maak steeds meer regeltjes voor mezelf, ik was er eerst niet bewust van, ik wilde dat gewoon graag op een bepaalde manier (die ik in m’n hoofd had). Het is niet dat ik compleet van slag ben of overstuur raak, maar ik raak steeds “geïrriteerder” wanneer het anders loopt. Ik heb al heel lang het gevoel dat ik aan het overleven ben, dat wil ik niet meer. Ik wil ook ‘gewoon’ leven en er van kunnen genieten.

Ik had jaren geleden een gesprek met m’n moeder over “onze” AD(H)D. Zij gaf aan dat er ook goeie kanten aan zitten, zoals creatief zijn/denken. Ik was het niet met haar eens en zei dat als ik iets kon doen om het te laten verdwijnen zou ik het direct doen. Ze zei dat als we dan voor de zoveelste keer de trap op zijn gelopen, maar weer vergeten wat we wilden doen, dan kan je er maar beter om lachen. Ik kan dat niet, ik raak geïrriteerd van mezelf, boos op mezelf en zodra iemand anders iets zegt/doet of er gebeurd iets (onverwachts) ontplof ik nog ook.

Deze dingen worden met de jaren erger bij me. Toen ik ging samenwonen, toen we Mason kregen en vooral nu we Dustin hebben. Het beïnvloedt ons dagelijkse leven. Ik kan geen goede vrouw, moeder én huisvrouw zijn. Sterker nog 1 van de 3 zijn lukt momenteel niet eens. Ondanks mijn mooie gezin vind ik het geen fijne gedachte om heel oud te worden. Ik moet nog zó lang, die oneindige strijd. Maar misschien, heel misschien, krijg ik straks wel zulke goede tools dat ik echt kan gaan leven in plaats van overleven. En zie ik het leven niet meer als een oneindige strijd.

Om al deze redenen ga ik dit traject in.

Waarom ik denk dat ik autistisch ben, en niet “gewoon” hooggevoelig (HSP) of alleen AD(H)D? Ik weet het niet, ik denk dat het een gevoeltje is. Ondanks ik denk dat ik autistisch ben, zou dat dan eigenlijk ook niet stroken, want dan ben je juist niet zo bezig met je innerlijke gevoeltjes. Althans zo begrijp ik dat van verschillende sites. Mijn gevoel denkt autisme en ADD. De H diagnose wil ik daarom ook laten schrappen. Het voelt niet goed. En kenmerken Borderline is ook poep. Ik heb nooit echt gedacht dat ik Borderline had, het was meer dat ik er bang voor was. Ik kon me ook wel voorstellen dat het als Borderline werd gezien, bijvoorbeeld door mijn man, maar ik had te weinig woorden, was niet capabel genoeg om uit te leggen wat er achter zat.

Wat mij opviel tijdens het zoeken naar verschillen van HSP en autisme, is dat ze er amper zijn. In dit geval zocht ik naar informatie over vrouwen.

⁃ Beide trekken zich graag terug, laden daar hun batterij op, maar functioneren daar ook het beste.

⁃ Beide zijn zeer gevoelig voor prikkels, met name zicht, geluid en geur

⁃ Beide willen niet gestoord worden in waar ze mee bezig zijn

⁃ Beide kunnen er niet tegen als er veel van hen verlangd wordt, zeker niet met tijdsdruk of als er op de vingers wordt gekeken

⁃ Beiden houden van diepgaande gesprekken en nadenken over ‘waarom’.

⁃ Beide werken het best als ze alleen zijn

⁃ Beide zijn trouw en perfectionistisch

⁃ Wanneer ze ergens voor gaan, dan willen ze dat ook heel graag goed doen

Wat is dan wel het verschil?

HSP’ers kunnen creatief en origineel zijn, waardoor ze de mooiste gedichten schrijven en meest bijzondere kunstwerken maken. Autisten kunnen een bovenmatige interesse hebben in één specifiek onderwerp en daar alles over weten. Daar ook iets mee willen doen, bijvoorbeeld erover schrijven en/of website over maken.

Nou een HSP’er ben ik in dit voorbeeld zeker niet. Ik ben niet creatief en ik kan niet vanuit mijn gevoel iets prachtigs maken. Een asbak van klei kan je krijgen. Maar ik ben ook niet geïnteresseerd in één specifiek onderwerp. Mijn man gaf juist een aantal maanden geleden aan dat hij het zo bijzonder vind dat ik altijd zo mega mega mega into iets ben, ik wil er alles over weten, iedereen moet het ook horen, ik wil er alles van hebben en ineens poef.. interesse verdwenen, er is iets anders op mijn pad gekomen wat mij helemaal opgeslokt heeft. En zo gaat dat door.. en door.. en door.. Ik vind het (meeste) later nog steeds leuk, maar niet zo leuk meer dat ik iedere vrije seconde dag én nacht op internet erover aan het zoeken ben. Eigenlijk wel jammer dat mijn geheugen zo slecht is, als ik alles had onthouden had ik nu een alleskunner geweest die barst van de weetjes en handige tips.

In dit voorbeeld denk ik dat ik een autist ben met ADD. Door de afleiding kan ik me niet gefocust houden op 1 onderwerp of hobby en wissel ik steeds van interesse.

Een vrouw met HSP is heel erg goed in luisteren naar wat niet gezegd wordt. Nuances in stemgeluid, de manier waarop iemand iets zegt en de lichaamstaal worden gemakkelijk waargenomen. Hierdoor zien ze meteen door mensen heen die zich vrolijker voor doen dan ze zijn. Ze heeft een sterk ontwikkeld inlevingsvermogen. Ze is bang de ander te kwetsen en vindt het lastig om ‘nee’ te zeggen, juist omdat ze merkt dat de ander het zo moeilijk heeft.

De autistische vrouw heeft helemaal niets met non verbale communicatie. Ze begrijpt weinig tot niets van lichaamstaal. ‘What you see is what you get’. Wanneer iemand tegen haar zegt dat het ‘goed’ gaat, gelooft zij dit. Zij moet het van eerlijke antwoorden hebben. Wanneer zij een kamer binnenstapt voelt zij niet de sfeer aan. Ze is eerder bezig met zichzelf te redden in een sociale situatie, waar de vrouw met HSP de emoties van anderen opzuigt en daarmee aan de slag gaat.

Dit vind ik een moeilijke. Ik ben juist erg alert op lichaamshouding, maar ik vind het wel erg lastig als iemand zegt dat er niets aan de hand is en het gezicht zegt anders. Ik zie het voornamelijk bij mijn man, door dat ik veel thuis ben. Hij is geen prater, als er iets is kan je hem beter even met rust laten. Ik word daar ongemakkelijk en onzeker van. Heb ik iets verkeerds gezegd of gedaan? Wat is er nou aan de hand? Als hij zegt dat er dan niets aan de hand is, snap ik dat niet. Er is duidelijk wel iets aan de hand. Ik heb veel liever dat hij of wie dan ook tegen me zegt dat je boos op me bent en even niet met me wilt praten of dat er iets op werk is gebeurd waar je geïrriteerd over bent. Zeg gewoon iets, zodat ik weet dat het niet aan mij ligt (als dat zo is) en dan kan ik weer verder.

Wat bij dit voorbeeld ook meteen in me opkomt, is dat ik de afgelopen jaren steeds meer ‘jeuk’ krijg van het neppe gedoe. Als je vind dat ik leuke schoenen aan heb (wat me stug lijkt aangezien ik ze niet als mode ding gebruik, maar gewoon als schoen) zeg dat dan gewoon. Geen rare stem, paar octaven hoger, een stom grinnikje erbij, hou op hoor. Doe maar gewoon echt, dan weet ik wat ik aan je heb. Ik heb het ook heel lang gedaan, die poppenkast. Ik dacht dat ik zo moest doen, heel enthousiast (terwijl het me eigenlijk niet zo veel kan schelen) zodat de ander daar een goed gevoel van krijgt. Dingen vragen omdat ik wist dat die persoon er over wilde vertellen. Steeds meer ging het me tegen staan. Ik heb er helemaal geen zin meer in. Als ik iets leuk vind zeg ik gewoon dat ik dat leuk vind en vind ik het niet leuk hoor je dat ongetwijfeld ook. Ik bedoel daar niet mee dat ik ga zeggen hoe lelijk ik het vind, hoe je dat in godsnaam gekocht kan hebben als er niet om gevraagd wordt. Maar als je aan me vraagt of ik ze ook zo leuk vind, nou nee.. Ik vind het vaak nog wel moeilijk om zo eerlijk te zijn, omdat ik niet wil kwetsen, maar ik voel me er wel veel prettiger bij dan nep doen. Ik denk dat het ook mee speelt dat ik gewoon geen energie meer heb om dat masker op te doen en vooral op te houden. Ik moet er zo hard over nadenken.

Vind ik het moeilijk om ‘nee’ te zeggen? Absoluut! Daarom ga ik ook vaak over mijn grenzen. En als ik dan weer overprikkeld en overstuur in bed lig, weet ik ook wel dat ik beter mijn grens aan had moeten geven of nee had moeten zeggen. Maar ja, ‘it’s all connected’, er is altijd een verleden met die iemand of over het iets wat gevraagd wordt, alleen al dat de ander het vraagt betekend dat diegene hulp nodig heeft, en omdat en omdat en omdat. Ik weet het toch altijd wel goed te lullen, waarom ik er niet voor heb gekozen om ‘nee’ te zeggen.

Grenzen aangeven en nee zeggen staan al zo’n 12 jaar op mijn lijstje om aan te werken. Ik hoop dat het me lukt als ik begeleiding in autisme krijg. Om een voorbeeld te geven: Ik heb me laatst echt een rotmens gevoeld omdat ik ‘nee’ tegen mijn oom had gezegd, hij was in de buurt voor werk (we wonen ver bij elkaar vandaan) en hij wilde onverwachts op de koffie komen. Dit was de dag na het dagje dierenpark. Zowel Mason als ik moesten bijkomen en we konden er absoluut geen prikkels bij hebben. In mijn hoofd wordt het zo’n groot ding, terwijl hij er misschien niet eens verder over na heeft gedacht (al denk ik van wel). Dus toen Roy uit zijn werk kwam barstte ik in tranen uit, ik hield het niet meer, voelde me zo slecht. Hij zei dat ik het goed had gedaan, dat ik geen rekening met andere mensen hoefde te houden. Ik moest voor mezelf en de kinderen zorgen en dat heb ik hierdoor goed gedaan, hij was trots op me. Dat was enorm fijn om te horen. Maar tegelijkertijd voelt het toch alsof ik vreselijk faal. Ik had gewoon ‘ja’ willen zeggen omdat het kan, omdat ik dat aan kan. Maar het gaat echt niet meer, ik moet wel ‘nee’ zeggen.

In dit voorbeeld scoor ik weer goed op HSP. Toch denk ik nog steeds dat ik autistisch ben.

Het grootste verschil wat ik kon vinden was dat bij HSP het er eigenlijk om draait dat zij ook hooggevoelig zijn voor andersmans emoties. Bij autisme is dit vaak volledig afwezig.

Als ik dan naar mezelf kijk: ik ben erg gevoelig voor andermans emoties. Vooral als zij verdrietig of down zijn. Ik heb het door als iemand zich groot houd en stiekem weg sneakt om op de wc te huilen. Ik ben vaak erg alert, dus weet precies wat er allemaal gebeurd. Ik ben me bewust van subtiele signalen. Bijvoorbeeld als je op visite bent en de gastvrouw kijkt zo onopvallend mogelijk op haar horloge, dan weet ik dat we beter kunnen gaan. Als ik een kamer binnen stap merk ik meteen watvoor sfeer er hangt en pas ik me daar op aan. Als ik vrolijk ben en er komt iemand met een donderwolk binnen raak ik daardoor van slag. Ik ga me ongemakkelijk gedragen en voel de gespannen sfeer alsof je al een tijdje in een kleine kast zit en normaal probeert te ademen.

Maar ofdat ik meteen als ik ergens binnen stap weet wat er gedaan moet worden om een warme sfeer te creëren? Nou nee. Geen idee. Ik moet eigenlijk eerst even bijkomen.

Je zou denken met dit voorbeeld dat ik meer naar de hooggevoelige kant ga, dan maar de ASS kant. Maar is dit niet autisme met het resultaat van heel lang aanpassen?

Stiekem irriteer ik me ook een beetje aan mensen die zeggen dat ze hooggevoelig zijn. Ik ga hier waarschijnlijk weer veel mensen mee op hun teentjes trappen. Maar ik heb het gevoel dat mensen HSP gebruiken als soort van excuus en pluspunt. ‘Ja ik ben ook altijd zo moe na een feestje’ en ‘Ik ben altijd heel erg met andere mensen bezig, ik wil graag dat ze het goed hebben’ (oh ik ben zo geweldig).

Autisme is een stoornis en hooggevoelig zijn niet. Het zorgt er voor dat HSP’ers als positief gezien worden en mensen met autisme zijn stoorzenders. Autisten zijn alleen maar met zichzelf bezig, geen empatisch vermogen blabla Ik ben het daar niet mee eens. Als ik naar Mason kijk, ja natuurlijk wilt hij alles op zijn voorwaarde (zodat hij controle heeft en niet overprikkeld raakt), maar als ik verdrietig ben komt hij naar me toe, haalt hij me tranen weg of geeft hij kusjes. Nee hij weet niet hoe hij zich moet houden (en dat zullen veel volwassen autisten ook hebben), maar hij voelt het wel en is er wel voor me.

Kort samengevat:
* Ik ben niet speciaal, maar hoe ik ben zorgt er wel voor dat ik niet normaal kan leven en heb daar dringend hulp bij nodig.
* AD(H)D dekt niet alle klachten die ik heb.
* HSP is eigenlijk ASS maar dan zonder repeterend gedrag, echolalie en vasthouden aan rituelen.

Deze dingen bespreek ik sowieso altijd met mijn man en ook mijn vriendinnen ontkomen er niet aan. Hun feedback is belangrijk en nodig om een zo goed mogelijk beeld te geven van hoe ik in elkaar zit. Niet voor mijn blog, maar om mezelf beter te leren kennen en voor verder onderzoek. We gaan meemaken wat daar uit gaat komen.

Van woningsdag tot baaldag

Dat je leven veranderd als je een kind krijgt, weet je van te voren. Dat je je een stuk meer moet aanpassen als je kind 2 krijgt, weet je ook van te voren. Je hoort het van andere moeders en vaders. Je ziet hoe dat gaat, maar je geeft er niet om. Dat hoort erbij, zelfopoffering. Je hebt em vast wel eens gehoord, ‘je krijgt er zoveel voor terug’. Als je kind zich anders ontwikkeld en daardoor anders gedraagt, ontkom je er niet aan, jezelf aanpassen, jezelf wegcijferen. Ik weet het, maar ik wilde gewoon bingo spelen.

Lees verder