Moeder en dochter

Zo’n beetje iedereen die mij kent weet dat ik altijd een dochter heb gewild. Het leek mij zo mooi om voor een dochter te zorgen, om een dochter op te voeden, om van zo’n lief poppetje met van die schattige krulletjes een badass chick te maken. Die moeder en dochterband. Het vertrouwen. Alles kunnen zeggen, elkaar begrijpen, elkaar helpen. Het zou zo mooi kunnen zijn.

Maar ik kreeg jongetjes en ik kwam er achter dat die fantastische moeder dochter band helemaal niet zo fantastisch was met mijn eigen moeder. Tot op een punt, waarop ik geen contact meer met haar kan hebben. Ik kan niet meer met haar omgaan. Ik kan niet meer normaal met haar praten zonder binnen 5 minuten geïrriteerd te raken. Mijn bubbel is gebroken. Ondanks dat het goed zo is, doet het wel pijn en wil ik hier over schrijven.

Lees verder

Kan je een Autistic Meltdown voorkomen?

Als je overprikkeld raakt kunnen er 2 dingen gebeuren. Je kan kortsluiting krijgen en een (autistic) meltdown krijgen. Of je kan kortsluiting krijgen en bevriezen/in jezelf keren, een (autistic) shutdown. Een meltdown kan voor een buitenstaander overkomen als een enorme driftbui, kinderachtig en enorm overdreven. Maar als je de persoon kent leer je zien waar het fout gaat. Of er een overdaad aan externe prikkels (waarnemingen) is of misschien juist interne prikkels (gedachten, emoties). En wat je kunt doen om te zorgen dat degene die overprikkeld is weer relaxed wordt. Dus ja, ik weet zeker dat meltdowns voorkomen kunnen worden, maar helaas niet allemaal..

Lees verder

Dag 2 Midweek Limburg

Van te voren heb ik een paar keer gedacht ‘wanneer is dit midweekje geslaagd?’. Is het als ik zoveel heb gewandeld, zoveel heb geslapen, als ik dit of dit af heb gekregen, als ik iedere dag een blog schrijf? Om de verwachtingen laag te houden (ik heb altijd een te grote verwachting, wat resulteert in teleurstelling) hadden Roy en ik afgesproken dat deze week is geslaagd als ik er naar toe ga en vrijdag weer naar huis kom. Klinkt haalbaar. Maar ik hoopte toch wel iedere dag of bijna iedere dag uit te kunnen slapen.

Lees verder

Maar hoe gaat het nou, echt?

Ik wil graag eerlijk zijn. Eerlijk zijn is erg belangrijk voor mij. Daarnaast maakt het dingen veel simpeler. Geen spinnenwebben van leugens. Maar de wereld is niet gemaakt op eerlijk zijn. Iedereen kust elkaars kont om beter te worden of houdt iets stil om dat ze bang zijn voor reacties van anderen. Ik ben er klaar mee. Dus bij deze: eerlijk, hoe het met mij gaat.

Lees verder

Van interesse tot obsessie

Helaas kan weinig mij nog boeien. Of misschien heeft het me nooit geboeid, maar ik probeerde wel netjes vragen te stellen, geïnteresseerd te zijn. Heb ook wel het idee dat ik vaak doorvroeg (toen ik dacht dat dingen me nog boeide), hoe dingen zaten, of hoe iets gekomen is. Relatiedrama’s, baby’s, ellende op vakantie, vertel het me allemaal. Ik wil nu eigenlijk niets meer weten, van niemand. Laten we hopen dat dat tijdelijk is. Maar man, als iets mij boeit, dan moet iedereen het liefst non stop horen wat voor nieuwe dingen ik geleerd heb, foto’s kijken en vooral heeel geïnteresseerd zijn in wat ik leuk vind.

Eigenlijk weet ik niet of ik ook al speciale interesses had toen ik een kind was. Heel eerlijk gezegd weet ik helemaal niet meer waar ik mee speelde toen ik kind was. Ik weet dat ik barbies heb, daar maakte de oma van mijn moeder kleertjes voor, dat heb ik allemaal bewaard. Maar ik kan me niet herinneren dat ik er ooit mee gespeeld heb, maar het zou net zo goed kunnen zijn dat het iedere dag was, ik heb echt geen idee. Ik weet wel dat ik het leuk vond om boeken te lezen en (hele slechte) verhalen te schrijven. Ik heb ooit op een soort gymnastieklessen gezeten, geen idee waarom dat is gestopt. Een halve les paardrijden, letterlijk. En “buitenspelen”, ja weet ik veel, wat doe je dan, buiten spelen met vriendinnetjes.

Sinds ik op mezelf woon, ben ik denk ik gaan proberen een hobby op te pakken ofzo. Sommige mensen doen een sport al heel lang of bespelen een muziekinstrument. Ik niet. Wat vond ik leuk om te doen? Geen idee. Ik was altijd veel achter de computer. Toen we nog geen internet thuis hadden, spelletjes spelen. Ik kan me nog herinneren dat het inbellen te duur was, dus ik mocht soms even op MSN. Ik vond het fantastisch. Maar al snel wilde ik websites maken. Wat een pleurisklus met al die html codes. En het werd niet eens mooi, maar ik was beretrots als ik een kopje met dikke letters had. Ik maakte een CU2 (heette het zo?) voor mezelf. En wilde ook anderen helpen, een site voor een personal trainer, een site voor een DJ. Ze zijn het beide nog steeds bedenk ik me, en we zijn al heel wat jaartjes verder.. 20 ofzo.. autch! Dat zijn dus van die types die weten wat ze willen en er voor gaan. Voor de duidelijkheid, dat ben ik niet.

Daarna heb ik ook op creatief vlak een hoop verschillende dingen gedaan of in ieder geval geprobeerd. Een collega had dan iets leuks, klonk zo enthousiast, ik dacht ‘dat wil ik ook!’. Maar wat het ook was, ik maakte het nooit af. Ik verloor mijn interesse. Het is me heel lang niet opgevallen. Ik raakte afgeleid en/of kreeg een nieuwe interesse. Stond er niet bij stil dat wat ik deed ineens niet belangrijk meer was. Nu zie ik dat het toch wel een beetje vreemd is. Ik vind iets leuk, leer iets, koop iets, en voor ik het door heb staat mijn telefoon vol met snapshots van websites waar iets interessants op staat over het onderwerp waar ik op dat moment zeeeer gepassioneerd over ben. Ik droom erover. Ik raak geïrriteerd als ik er niet mee bezig kan zijn of als iemand er iets over zegt, bijvoorbeeld dat er ook nog andere dingen zijn dan alleen ‘dat’ of dat er een limiet ingesteld wordt. Laat me met rust, dit vind ik leuk. Dag in, dag uit, non stop informatie zoeken, marktplaats afstruinen om te kijken of er nog iets is wat ik (het liefst zo goedkoop mogelijk) kan kopen wat er bij hoort of gewoon er meer van. Word er vreselijk hebberig van.

Eerst zag ik het niet als een ding, inmiddels zie ik dat wel. We proberen er grapjes over te maken, maar er wel ook een beetje op te letten dat het do-able blijft. Ik denk dat het mijn nog niet gediagnosticeerde autisme is samen met m’n AD(H)D. In de DSM-5 noemen ze het ‘beperkte interesses’ en ‘obsessie’. Mijn man noemt het ‘momenteel gepassioneerd’. Maar ik vind ‘tijdelijke obsessie’ ook wel passen. Het kan van korte duur zijn, maar het kan ook jaren zijn. Mijn bullet journal heb ik sinds 2017, al doe ik daar nu niets meer mee, maar ik vind het nog steeds wel heel leuk. Als ik de tijd zou hebben zou ik er ook wel iets mee doen. Fotografie, ik wil nog steeds mijn opleiding afmaken en een fantastische hobby fotograaf worden. Mijn Blond Amsterdam verzameling ❤ is begonnen net nadat ik op mezelf woonde.

Nu zijn het: Plantjes!

Een paar dagen voor mijn 18e verjaardag kreeg ik de sleutel van mijn eerste eigen plek. Ik wilde het wel leuk maken, maar had geen geld. Ik kreeg van alles, vooral van mijn tante toen en daarmee werd het een gezellig hol. Ik had een groot raam in de woonkamer met een vensterbank, wat zou ik dat nu graag willen hebben. Maar toen wist ik veel. Heb er misschien wel eens een plantje opgezet, maar geen benul watvoor plant, of hij wel geschikt was voor volle zon en water geven was ik ook niet zo best in. Zo gingen er een hoop jaren voorbij. Meerdere huizen, met verschillende ramen en vensterbanken heb ik gehad. Ik kocht af en toe bij de supermarkt een plantje wat er leuk uitzag, soms deden ze het even, soms gingen vrij snel dood. Waarschijnlijk bleef het dode plantje ook nog een hele tijd in zijn potje zitten. Het deed me helemaal niets.

Mijn moeder had/heeft zowel binnen als buiten een oerwoud als je het mij vraagt. Al is mijn mening over haar aantal binnenplanten dus aan het veranderen. Een plant was voor mij een plant. Groen, met blaadjes enzo. Sommige hebben bloemen, sommige niet. Snapte de lol er niet van. En zeker zoveel, leek me ontzettend veel en saai werk. Toen ze leukemie had mocht ze vanwege bacteriën geen bloemen en planten. Terwijl zij in het ziekenhuis behandeld werd heb ik alle planten meegenomen. Ik weet eigenlijk niet eens meer watvoor planten allemaal, wel 1 die een hele sterke citroengeur had, iets te heftig zo in de auto. Ik deed redelijk mijn best om te zorgen dat haar planten niet dood gingen. Ik had geen idee wat ik deed. Haar manier van verzorgen was, als hij droog is of zielig hangt dan water geven, prima. En soms een slokje extra omdat ik ze wel een beetje vol terug wilde geven. En omdat ik zo’n geweldige dochter ben ging ik nog een stapje verder en heb ik alle planten in de tuin gezet, volle zon, topzomer. Oops.. blijkt dat veel planten daar niet heel gelukkig van worden.. Nu weet ik dat, toen had ik geen flauw idee. Had er niet eens bij stilgestaan dat bladeren konden verbranden. Een plant is toch van buiten, buiten is er zon, lekker simpel.

Nu heb ik 43 planten….

Net als een hoop andere mensen, zag ik ergens de Pannenkoekplant – Pilea Peperomioides en dacht ‘hey die is leuk’. Het heeft lang geduurd voor ik hem in huis had. Ik kom normaal nooit in een tuincentrum en het had totaal geen prioriteit. Eind mei logeerde mijn zusje bij ons en ik wilde ergens naar toe met haar, alleen, zonder kids, man, chaos. Mijn man gaf een ‘botanisch budget’ en daar gingen we, op naar het tuincentrum.

Hij stond op een goede plaats, met veel indirect zonlicht en ik gaf em veeeeel water. De regel voor deze plant is dat hij altijd vochtige grond wilt hebben, maar geen natte voeten. Hij groeide enorm hard. Aan alle kanten groeide babyplantjes, het was zo leuk. Dus binnen no time was ik in de ban van de pannenkoekplant.

De pannenkoekplant is heel erg makkelijk te stekken. Snijd voorzichtig het stekje af en zet het stekje in een klein glaasje water op een lichte plaats. Ik ging voor (het randje bij) mijn keukenraam. Iedere dag keek ik even naar het stekje of er worteltjes zichtbaar waren. Al snel werden het een paar stekjes. Stond ik weer bij het aanrecht, koken ho maar, maar wel even bij m’n stekjes kijken. Daarna kwam de volgende spannende nieuwe fase: het stekje in een potje met aarde doen. Huppekee, 4 pannenkoekplanten hoera!

Daar hield het natuurlijk niet op. Er was zoveel om te leren, zoveel om te lezen, te zien, te kopen. Inmiddels zitten we in de december maand. Niet ideaal. Ze groeien amper, terwijl ik wil stekken. En het is tijd voor de kerstboom. Maar ik ga (stug) door!

Ik vind het niet erg als ik mezelf erop betrap dat ik alweer met mijn gietertje rondloop, ik vind het leuk. Alles eraan. De plant uitzoeken (eerst kocht ik alle luchtzuiverende planten, nu kijk ik naar mooi blad of grappige/bijzondere plant), naar het tuincentrum gaan, een leuk potje erbij (al ben ik daar nog niet zo goed in). Thuis uitpakken, met mijn handen in de aarde (alleen waar absoluut geen kattenpoep bij zit). Iedere dag verzorgen, voelen, kijken of het klopt met wat de plant ‘zegt’. Toch weer schuiven. Dat plantje weer daar, die weer daar. Verklaar me maar voor gek, maar ik krijg er een goed gevoel van.

Van de week heeft m’n hubby de planten geteld, 43 (waarvan 2 boven). Ik geloofde niet dat het er zoveel waren. Ja, wel aardig wat en veel kleintjes, maar niet zoveel. Hand in hand liepen we de plantjes af. Shit. Ik voelde me rood worden en tranen prikte. Ik schaamde me. Oke het is een beetje uit de hand gelopen. Ik begon meteen met sorry, dat ik er nog een paar weg moet geven, dat ik er geen 1 meer bij koop. Maar gelukkig was hij zo lief dat hij zei dat ik lekker door mocht gaan met mijn plantjes omdat hij ziet dat het mij zo blij maakt. Ik vond dat zo lief. Ik heb me niet bepaald gesteund gevoeld in mijn ‘speciale interesses’. Andere mensen vonden het stom, wilde niet mee doen, mee gaan of wilden er (raar genoeg) niet uuuuuuuuuren over praten. Mijn man liet alles tot op bepaalde hoogte toe, maar snapte mijn interesses ook niet. En nu voel ik me gesteund. Mijn bestie krijgt mijn (toekomstige) stekjes, ik krijg van haar een stek van de Monstera (dat wilde je vast weten hè?), van mijn schoonmoeder krijg ik voor kerst het boek Stek je plant – Mama Botanica’s grote gids voor kleine stekjes, m’n man luistert regelmatig naar mijn plantenverhalen, geeft soms een ‘botanisch budget’ zoals hij het noemt en leeft voortaan in een woonkamer met meer planten dan gemiddeld.

Kan niet wachten om meer planten info hier met jullie te delen!

Oh ik heb ook een instagram pagina aangemaakt. Ik schaam me ervoor en tegelijkertijd wil ik er juist trots op zijn. Ik wil dat er na een tijdje te zien is hoe goed alles groeit. Voor nu is het nog een beetje kaal. Maar voor wie wil: Sjantjes Plantjes!

https://www.instagram.com/sjantjesplantjes/

Vreemd figuur

Dit wist ik al een tijdje, ik zit vreemd in elkaar. Ik dacht bijvoorbeeld dat alles eeuwig was (hoe naïef), nu denk ik dat alles tijdelijk is. Waarom moet het 1 van de 2 zijn? Of waarom denk je er überhaupt aan? Kan het niet gewoon zijn wat het is? Blijkbaar niet.

Als ik iets in mijn hoofd krijg, zijn er (bijna) geen grenzen. Of als het voor mijn kinderen is. Hoe onbelangrijk ook. Voorbeeld: we halen happy meals met jurassic world speeltjes. Ik vraag om 2 verschillende speeltjes, bij bestelling, 1e raam en 2e raam. De dame die de happy meal in elkaar flanst zegt: “Ik zal kijken wat ik kan doen” Waarna er bij mij meteen uitfloept “Je kan de doosjes openmaken en kijken, zo moeilijk is het niet”. Op dat soort momenten heb ik een grote mond of ben brutaal (zeggen anderen). Het is gewoon even een storing bij mij, ik heb er geen geduld of begrip voor. Ik kan niet meer doen voor m’n jongens dan het overal vragen en ik accepteer dan niet dat iemand dat niet zou doen omdat diegene er geen zin in heeft (en er verdomme nog voor betaald wordt ook).

Ander voorbeeld: Op woensdag is de begeleider van Mason hier. Hij is dan vrij van school. Dustin is dan tot 12:15 uur naar school. Op die dag kan ik dingen in huis doen, terwijl zij met Mason speelt. Of we kunnen ‘s ochtends met Mason alleen weg gaan. Voor mij fijn dat ik versterking heb en zelfs weg kan lopen als het me teveel wordt en voor Mason fijn dat hij toch Quality time heeft op die manier. Omdat ik deze week de woonkamermuur wilde verven, was ik druk en gestresst. Leeghalen, nieuwe kast inruimen, naar de winkel, teveel voor 1 dag eigenlijk al. Ik ben niet vooruit te slaan, maar als ik eenmaal bezig ben is het alsof ik achter na gezeten wordt. Zweet all over, m’n haar lijkt NOG wilder, links, rechts, weer naar boven, nog een keer naar beneden. En de tijd vliegt voorbij. Omdat ik zo lekker bezig was, ging ik expres pas 12:05 uur weg. Mijn fout, ik moet gewoon op tijd weggaan. Hoe dan ook. Er werd ergens een tuin opnieuw bestraat, meerdere wagens blokkeerden een gedeelte van de parkeerplaats. Eerder op de dag was al gevraagd of de begeleider haar auto van onze plek wilde halen voor de vrachtwagen, en nu.

Anyhow ik rij zig zag achteruit, heb al een hekel aan achteruit rijden. Staat er voor de uitgang van ons hofje een grote wagen met aanhangwagen én zijn deur helemaal open. Niet aan de kant, anders had ik z’n deur nog dicht kunnen doen, nee midden op de straat. Door de openstaande deur wacht ik even, maar er komt niemand. Ik toeter naar een paar van die gasten een stuk verderop, bij de parkeerplaats. Niemand reageert. Ik toeter nog eens, duidelijker. Niemand kijkt, er lopen er 2 weg, 1 blijft scheppen. Fucking hel. Ik stap m’n auto uit (anders moet ik straks weer zig zag achteruit) en storm er op af. Vanaf een afstandje begin ik al “Hey is die wagen van jullie? Hij blokkeert de uitgang.” “Uh ja.. ik denk het.. uh” “Roep je collega dan NU, ik kan er niet uit en zo kom ik te laat op school van m’n kleine” Hij roept wat naar collega’s. Ik loop naar de auto. Een soepkip komt soort van nonchalant/stoer aanlopen, doet z’n petje nog even goed. Ik zeg dat hij toch wel snapt dat hij niet zijn wagen voor de uitgang kan parkeren? En zelfs na een paar keer toeteren komt er niemand.. Fucking aso, dat laatste zeg ik niet. Hij zegt “hoi” en iets over dat je met respect ver kan komen. Ik heb er geen boodschap meer aan, mijn geduld was al op. “Flikker toch op met je respect. Stap je fucking wagen in en rijd weg mafkees!” Tot zover Tokkie Sjantje.

Andere momenten ben ik vreselijk onzeker en laat ik me heel snel beïnvloeden. Simpel voorbeeld: ik wilde mijn haar al heel lang kort knippen, schouderhoogte. Mijn man zei telkens dat hij kort haar lelijk vind (in het algemeen). Hierdoor heb ik pas na een paar jaar mijn haar geknipt, terwijl ik iedere dag met die klitterige ellendebos zat.

Mijn man en ik zijn erg open, we houden niet veel meningen voor onszelf. Ik ben daar voorstander van. Wees echt. Zeg wat je mooi vind, maar ook wat je niet mooi vind. Geen poppenkast. Het heeft alleen 2 nadelen. 1: doordat ik dus ook alle negatieve dingen zeg, vind m’n man me vaak een zeikerd, wat ik dan weer niet eerlijk vind. En 2: omdat ik nogal mega gevoelig ben op het moment (altijd al, maar nu wel heel erg) kan ik er helemaal van omslaan. Hij hoeft maar iets te zeggen en mijn dolenthousiaste levendige bui veranderd in een hoopje ellende wat niets meer wilt.

Wat ik al zei: de woonkamer verven. Het was niet de kleur die ik wilde. Ik was er al bang voor na het gezien te hebben bij de mengmachine en vrij snel wist ik zeker dat ik het niet meer wilde. Maar ja, al gekocht. Zonde van het geld en had geen geld voor nieuwe verf. Hubby en ik spraken af; we doen het toch, dan maar een verkeerde kleur, het is toch weer eens wat anders en lekker fris. Ik heb aan hem gevraagd, hoe overdreven dat ook voor hem was, om geen commentaar te hebben tot het droog is. Eerste roller is altijd eng en donkergroen helemaal. Als hij alleen al zou zeggen “pfoeee wel een heftig kleurtje hoor” kan het bij mij al zo negatief binnen komen dat ik acuut al mijn energie verlies. Nou heb ik sowieso al een probleem met dingen afmaken. Maar het gaat een stuk beter als ik enthousiast blijf. Het was nergens voor nodig. Hij was zelfs heel enthousiast over de kleur. Hierdoor kon ik het afmaken, ondanks ik nog steeds niet fan was/ben van de kleur en ondanks de rugpijn en stress tijdens de 2e laag.

Waarom voel ik me vaak zo mega onzeker en klein en waarom interesseert het me het andere moment niet hoe groot de kerel (of vrouw) is die ik de wind van voren geef?

Excuses voor de fouten. Blog is niet nagekeken en half slapend gepubliceerd.