Auti-club: Informatieverwerking

De vorige keer schreef ik over wat ik leer op de Auti-club of ook wel Psycho-Educatie. Hoe onze kennismaking ging, hoe het was om de diagnose te krijgen, de verschillende fases waar je doorheen gaat als je er achter komt dat je op het autismespectrum zit en een stukje over wat autisme nou eigenlijk is. Wil je dit lezen, klik dan hier. Omdat de informatieverwerking bij mensen met autisme anders loopt wil ik daar graag meer over vertellen.

Om de informatieverwerking uit te leggen, zijn 3 verklaringen bedacht: centrale coherentie, Theory of Mind en executief functioneren. Omdat autisme bij iedereen op een andere manier tot uiting komt, zijn er mogelijk maar een paar voorbeelden die herkenbaar zijn. Wij kregen 3 verschillende filmpjes te zien over de 3 verklaringen, ik zal ze proberen zo goed mogelijk uit te leggen.

Centrale coherentie

De centrale coherentie is het vermogen om losse informatie (kleine puzzelstukjes) samen te voegen tot een geheel. De hersenen brengen die informatie met elkaar in verband waardoor je een totaalplaatje krijgt. Mensen met autisme hebben vaak beperkte centrale coherentie. Een verstoring in de communicatie in de verschillende hersengebieden. Informatie van de verschillende zintuigen wordt niet goed met elkaar verbonden. Een autistisch kind zou bijvoorbeeld kunnen denken als hij een winkel met feestartikelen binnen komt dat er een feestje is. De hersenen maken een verkeerde koppeling.

In de hersenen is een belangrijke filter aan het werk. Hier wordt bestempeld of iets een hoofdzaak is of een bijzaak. De minder belangrijke informatie wordt niet opgeslagen, als dit als bijzaak wordt gezien. De puzzel wordt gemaakt met de belangrijkste informatie. Maar wat als dat filter nou niet goed werkt, zoals bij veel mensen met autisme en helaas ook bij mij. Dan maak je een totaalplaatje van de (verkeerde) puzzelstukjes en die klopt niet, ookal voelt het wel alsof het klopt. Elk detail is van even grote waarde. Dus als je bijvoorbeeld aan een kind vraagt ‘een kilo appels’ te halen, zal de kans groot zijn dat het kind meer bezig is met zorgen dat het gewicht op precies een kilo komt, dan dat de appels allemaal even mooi zijn.

Er wordt ook uitgelegd dat mensen zonder autisme een voorstelling van iets kunnen maken, bijvoorbeeld van een huis. Een huis kan er op verschillende manieren uitzien, groot, klein, plat dak, puntig dak, van hout, van steen. We weten in algemene zin wat er met een huis wordt bedoeld omdat we de hoofdkenmerken van huis te pakken hebben. Maar bij mensen met autisme zijn alle kenmerken van even groot belang, er is geen algemeen beeld van huis. De voorstelling van het begrip huis komt moeilijk tot stand. Dit geld ook in sociale situaties. Het voelt nieuw en is iedere keer weer anders, alsof het allemaal weer voor de eerste keer binnenkomt.

Het kan lastig zijn:
* Om hoofd- en bijzaken te onderscheiden.
* Overzicht te hebben en te houden.
* Het geheel te zien.
* Sociale situaties te begrijpen.

Je kunt bijvoorbeeld goed zijn in:
* Oog voor detail hebben
* Onthouden van details.
* Snel opmerken van veranderingen.
* Veel feitenkennis hebben.

Door deze les heb ik geleerd dat de hoofd- en bijzaken bij mij vaak verkeerd worden ingedeeld, waardoor ik een totaalplaatje maak wat niet klopt. Ik heb oog voor detail, details blijven goed hangen, ik zie snel als er iets is veranderd. Maar sociale situaties daar ben ik niet altijd even goed in. Ik ben continu aan het zoeken naar puzzelstukjes, het gevoel dat er hintjes worden gegeven en dat ik goed moet opletten anders mis ik iets of snap ik het niet meer. Dit is nog lastiger als er meerdere mensen in een ruimte zijn.

Theory of Mind

De Theory of Mind (ToM) is het vermogen om in te schatten wat de gevoelens, gedachten en bedoelingen van iemand anders zijn. Je kunt je hierdoor verplaatsen in een ander en reflecteren op jezelf.

Tijdens het filmpje waar wij onze informatie van kregen was een foto te zien van 2 vrouwen. De ene vrouw kijkt naar de andere vrouw, maar die vrouw kijkt weg. Wat zou hier aan de hand kunnen zijn? Onze hersenen moeten hard werken om deze complexe boodschap te begrijpen. Emoties moeten worden herkend, lichaamstaal moet worden begrepen en als er wat gezegd wordt moet taal worden geïnterpreteerd. De hersenen moeten die informatie razendsnel verwerken, zodat je je kan verplaatsen in de ander en begrijpt wat er aan de hand is.

Dit soort dingen gaan niet vanzelf. Dit leer je vanaf de geboorte. Bij mensen met een normale ontwikkeling leer je vanaf geboorte het gedrag van andere mensen te begrijpen en te imiteren. Zo leer je dat als je iets leuks wordt verteld dat daar lachen en plezier bij hoort en dat je dat kunt beinvloeden. Een baby leert ook wat boos is en hoe hij/zij zelf boos moet doen, verbanden worden herkend. Zo leert een baby gaandeweg wat ze betekenen en in welke situaties ze worden gebruikt. Dat noemen ze de ontwikkeling van Theory of Mind. Alsof er een grote rugzak gevuld wordt met ervaringen. Met een goedgevulde rugzak kan je het gedrag van de ander voorspellen en begrijpen, je kan je voorstellen hoe iemand zich voelt en je begrijpt dat andere mensen een andere mening hebben dan jijzelf.

Bij mensen met autisme lijkt het alsof de rugzak met ervaringen minder vol zit. De ontwikkeling van de Theory of Mind verloopt anders. Er is vanaf de babytijd al minder gericht kijken en minder imitatie. De behoefte aan gedeelde aandacht is in de regel verminderd of afwezig. Doordat dit anders verloopt hebben mensen met autisme grote moeite bij het herkennen van gezichtsuitdrukkingen of emoties. Deze informatie komt wel binnen, maar blijft niet hangen, dit lijkt geen betekenis te krijgen. Als je niet kunt zien wat de ander bedoeld, hoe de ander zich voelt, als de context van een boodschap niet helder is, is de wereld moeilijk te begrijpen.

Het kan lastig zijn:
* Je te verplaatsen in anderen.
* Sociale situaties in te schatten.
* Gedrag van anderen te voorspellen.
* In te schatten wat andermans bedoelingen en verwachtingen zijn.
* Emoties te begrijpen.

Je kunt bijvoorbeeld goed zijn in:
* Eerlijk zijn naar anderen.
* Alleen kunnen zijn.
* Direct zijn in communicatie.
* Minder gevoelig zijn voor wat anderen vinden.

Executief functioneren

Executief functioneren is het vermogen om te plannen, organiseren, en problemen op te lossen. Je kunt hierdoor ook soepel schakelen. Bijvoorbeeld door te schakelen van de ene manier van denken naar een andere manier van denken of van de ene activiteit in de andere activiteit.

Om boodschappen te doen, moet je een plan maken, in je hoofd. Je moet bedenken welke spullen je nodig hebt, naar welke winkel je gaat, hoe ga je daar naar toe, hoeveel geld neem je mee en hoe lang gaat dit allemaal duren. Dit klinkt heel simpel, maar is best ingewikkeld, het bedenken, organiseren en plannen van al die dingen. Onze hersenen zijn normaal in staat om dit te organiseren en aan te sturen. Stap voor stap wordt het uitgevoerd. Bij mensen met autisme is de regelende en organiserende functie niet voldoende ontwikkeld. Ze kunnen zich moeilijk voorstellen welke stappen er allemaal nodig zijn, hoeveel tijd dit gaat kosten en hoe je een plan maakt.

Een kind met autisme kan bijvoorbeeld grote moeite hebben met ’s ochtends op tijd klaar zijn voor school. Een eenvoudig stappenplan kan dan werken. Een kind kan dan simpelweg de stappen doorlopen en raakt veel minder gestrest. Onderzoek toont aan dat mensen met autisme minder werkgeheugen hebben, minder strategieën om te plannen en minder flexibel zijn in de denkprocessen. Ook het automatiseren van handelingen verloopt vaak moeizaam.

Het kan bijvoorbeeld lastig zijn om:
* Een planning te maken.
* Problemen op te lossen.
* Vaste patronen en rituelen te veranderen.
* Gedachten en gedrag aan te passen als de omstandigheden veranderen.
* Eerder geleerde vaardigheden toe te passen in een nieuwe situatie.

Je kunt bijvoorbeeld goed zijn in:
* Planmatig werken.
* Secuur werken.
* Taken lang volhouden.

Bij mij is het executief functioneren altijd al een groot probleem geweest. Dit hoort ook bij ADD/ADHD. Het is voor mij toch een soort fijn (bij gebrek aan een beter woord) om te weten waar dit allemaal vandaan komt. Het veranderd niets, maar ik voel me wat minder slecht over mezelf.

Hoewel ik op meerdere manieren van deze drie verklaringen had gehoord, gelezen, gezien snapte ik het eigenlijk pas echt na het schrijven van deze blog. Voel je dus niet rot als je het nog een keer (of een paar keer) moet lezen om te begrijpen hoe de informatieverwerking gaat bij mensen met autisme.

4 gedachtes over “Auti-club: Informatieverwerking

      • Het spectrum is ook erg uitgebreid, geen autist is hetzelfde 😉 Ik heb mijn diagnose ‘pas’ gekregen toen ik 51 jaar oud was, maar wel eigenlijk mijn hele leven tegen onbegrip en onrust aangelopen. In mijn jeugd ging je niet zo snel naar een psycholoog en later toen ik bij het RIAGG kwam kreeg ik het ‘stempel’ borderline. Uiteindelijk kwam ik via internet op een site die over Asperger ging en daar kwam ik veel herkenning tegen. Toen ben ik naar mijn huisarts gegaan en die heeft mij doorverwezen. De diagnose was niet echt een verrassing voor mij, maar ik heb toen gelukkig wel hulp gekregen.

        Geliked door 1 persoon

  1. Pingback: Auti-club: Prikkelverwerking | Sjantje's Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.